Zij brengen luxe kerstpakketten naar minima. ‘Geniet er gewoon van en geef een goede daad door’
Swingende opwinding in Beverwijk. Kersthits zingend drentelen vrijwilligers langs hoge stapels en dozen met levensmiddelen en andere producten, en stoppen deze in groene tassen. Kerstpakketten. “Het goede doen gaat nooit verloren”, staat erop, “Wie zaait, oogst.” In dit zaaltje in Beverwijk worden pakketten samengesteld voor mensen die in armoede leven. Vierhonderd kerstpakketten zijn het dit jaar.
De tientallen vrijwilligers zijn allemaal gestoken in zwarte t-shirts met het logo van Life With Joy, de stichting die de kerstpakketten samenstelt. Waarom ze meedoen? “Omdat het belangrijk is iets te geven aan mensen die vaak helemaal niets hebben”, zegt vrijwilliger Corina Wietsma. “Er wonen hier in de buurt mensen die twee of zelfs drie banen hebben om ’s avonds eten op tafel te zetten. Ze overleven. Ze hebben geen zicht op wat er verder in de wereld gebeurt. Kinderen hebben geen geld om hun verjaardag te vieren. Dan is het mooi om hen deze spullen te geven, mooie sokken bijvoorbeeld.”
De Stichting Life With Joy is een van de 75 organisaties die armoede en eenzaamheid bestrijden, en financieel worden gesteund door het NRC Lezersfonds. Dat fonds voert jaarlijks een kerstactie onder lezers. Vorig jaar werd daarmee 316.000 euro opgehaald.
Het samenstellen en uitdelen van luxe producten voor minima is een initiatief van Stephanie-Joy Eerhart (40) uit Heemskerk, oprichter en bestuurslid van de stichting. Als het gaat om het doorstaan van ellende heeft ook zij zelf recht van spreken. Zij was, na een “ingewikkelde jeugd” als gevolg van onder meer slechthorendheid en een handicap aan haar voet, lang dak- en thuisloos, en getraumatiseerd.
Ooit kreeg ze als bewoner van een opvanghuis een kerstpakket met daarin onder meer een muts van de Rabobank, een pen van de Belastingdienst en een gebutste kaars. Daar werd ze niet vrolijk van, vertelt de gelovige Stephanie-Joy Eerhart, in het dagelijks leven afdelingsmanager bij het Leger des Heils. “Ik was er slecht aan toe. Ik was teruggevallen in een drugsverslaving. Toen ik kreeg ik dat kerstpakket. Spullen die overduidelijk gratis zijn verkregen, of voedsel dat net tegen de uiterste houdbaarheidsdatum aantikt, benadrukken dat jij als ontvanger blij moet zijn met wat je krijgt. Terwijl je per definitie al geen fijne positie hebt in de maatschappij als je de ontvanger bent. Het is niet fijn om afhankelijk te zijn. Het is prettiger om een rolstoel te duwen dan om erin te zitten.”
Daarom zijn de kerstpakketten, dankzij giften van ondernemers en steun van fondsen zoals van NRC, gevuld met enigszins luxe producten, “dingen die ik zelf ook zou willen ontvangen, dingen waar minima normaal gesproken geen geld voor hebben”. Zoals A-merken van melk en kaas, slagroom, worstjes, feeststol en mandarijnen, maar ook een hondentandenborstel, stripboeken, kerstverlichting, amaryllis bollen en cadeaubonnen voor de speelgoedwinkel en de bioscoop.
Stephanie-Joy: “Wij geloven dat alleen al een luxe pakket het hart van de ontvanger verwarmt. Dat is van onschatbare waarde. Zo voelen de ontvangers zich weer gezien en geliefd.” Dankbaarheid hoeven de ontvangers niet te betonen. Stephanie-Joy: “De ontvangers hoeven niet honderd keer dank je wel te zeggen. Wij zeggen: geniet er gewoon van, en geef een goede daad door.” Dat laatste moet letterlijk worden genomen, want het pakket bevat ook een folder met de ‘uitdaging’ om op jouw beurt weer iets voor een ander te doen: een kaartje sturen; een kopje thee drinken met iemand uit een zorgcentrum; een straatkrant van een dakloze kopen; even kletsen met een eenzame buur; een bloemetje bezorgen. Stephanie-Joy: “Veel minima doen zelf sowieso al veel, dat valt mij vaak op. Mensen bellen ons soms en zeggen ‘kom maar vijftig euro ophalen’ en als ik dan in hun tuintje sta, denk ik: ‘jullie hebben het heel hard zelf nodig’.”
Het eerste kerstpakket vervaardigde Stephanie-Joy Eerhart zestien jaar geleden, toen ze na een lange periode van dakloosheid een eigen woning had gekregen. Bij supermarkten kocht ze vooral aanbiedingen en als bij de aankoop van een product een tweede gratis was, bewaarde ze die en gaf die met kerstmis aan arme mensen. In die tijd leerde ze haar echtgenote Trudie kennen. Trudie: “Toen we verkering kregen, had ze in haar appartement overal boodschappen staan voor kerstpakketten. Het waren er drie. Ik heb toen gezegd: laten we er samen zes van maken. Via vrienden en familie is dat aantal almaar gegroeid en moesten we een stichting oprichten.”
Jarenlang hebben Stephanie-Joy en haar helpers de pakketten zelf rondgebracht. “Wat we daar zagen was soms heel erg”, vertelt ze. “Mensen zonder vloerbedekking, die geen geld voor een bed hadden en met matrassen op de grond sliepen. We hebben staan huilen toen we daarvan terug waren gekeerd.” Ze vertelt dat veel arme mensen zich wassen onder de kraan. “Omdat douchen te duur is.” Inmiddels worden de kerstpakketten opgehaald door hulpverleners van organisaties die zij goed kennen. Die hulpverleners brengen de pakketten dan weer rond bij hun eigen cliënten.
Na de kerstdrukte is het straks tijd om andere pakketten samen te stellen, bijvoorbeeld pakketten met schoonmaakartikelen. Stephanie-Joy: “Wij horen van hulpverleners dat veel van hun cliënten bezuinigen op schoonmaakspullen. Terwijl je door schoonmaken vaak ook meer ruimte in je hoofd ervaart. Daarom willen we zulke pakketten maken.” En in de zomer zouden ze graag voor het tweede jaar op rij speciale kinderpakketten maken. De stichting is trouwens ook bezig om noodpakketten te maken. “We hebben al vijftig radio’s, vijftig waterzakken en vijftig rugzakken.” Waarom noodpakketten? “Nou, als je alles in huis haalt wat je zou moeten hebben, kost dat driehonderd euro. En dan moet je ook nog zeventig euro cash per persoon in huis hebben. Veel mensen kunnen dat helemaal niet betalen.”
O ja, de stichting is ook nog op zoek naar een eigen loods, om met name voedingsmiddelen op te slaan en volgend jaar nóg meer kerstpakketten te kunnen weggeven. Stephanie-Joy: “Zou u dat erbij willen vermelden?”
tekst: Arjen Schreuder. Foto: Olivier Middendorp